Het verlaagde plafond verbergt leidingen, neemt spots op, isoleert tegen lawaai van boven — en hangt in een weekend als drie afstanden kloppen. Hier zijn ze, met schema (waarden voor de klassieke C60/27-constructie).
De afstanden die alles bepalen
| Element | Max. afstand |
|---|---|
| Ophangers | 900 mm langs het profiel |
| Plafondprofielen C60/27 | 500 mm (bij plaat van 12,5) |
| Schroeven | 200 mm bij plafonds |
| Randprofiel | om de 600 mm aan de muur |
Het schema (doorsnede)
De gouden regels
- Platen haaks op de profielen, kopse naden per rij één profiel verspringend.
- Nooit de plaat rechtstreeks in de balken van een oude vloer schroeven: altijd via de constructie, die bewegingen opvangt.
- Lawaai van boven? Trillingsdempende ophangers + 100 mm wol + dubbele beplating: zie geluidsisolatie.
- Inbouwspots: beschermkappen tegen de wol, en minimaal 65 mm plenum.
Plafond dicht: door naar de voegen en dan de vloeren — de volledige volgorde.

