Verlichting bedenkt u op het moment dat plafonds en wanden open liggen — nooit erna. Een goed lichtplan stapelt drie lagen: basislicht, functioneel licht en sfeerlicht, elk apart schakelbaar.
Hoeveel licht per ruimte?
| Ruimte | Richtwaarde | Kleurtemperatuur |
|---|---|---|
| Woonkamer | 100-200 lx (sfeergestuurd) | 2700 K warm |
| Keuken werkblad | 300-500 lx | 3000-4000 K |
| Badkamer spiegel | 300-500 lx | 3000-4000 K, CRI ≥ 90 |
| Slaapkamer / gang | 50-150 lx | 2700 K |
Spots verdelen (schema)
De elektrakant (NEN 1010)
- Verlichting op eigen eindgroepen 2,5 of 1,5 mm² / 16-10 A, achter een 30 mA-aardlekschakelaar — de groepen slim verdelen zodat één storing nooit het hele huis dooft; zie de elektrarenovatie.
- Badkamerzones: zone 1 (boven bad/douche) min. IPX4 en bij voorkeur 12 V SELV; zone 2 (60 cm rondom) IPX4. Gewone spots horen daar niet.
- Inbouwspots in een geïsoleerd plafond: afgedekte, IC-gemarkeerde armaturen of stolpen — anders schroeit de isolatie en lekt de dampremmende laag.
- Dimmen: LED-drivers en dimmer op elkaar afstemmen (fase-afsnijding); wissel- en kruisschakelaars nu trekken, ook «voor later» — loze leidingen kosten niets zolang de wand open is.

